Duyck & Cattrysse | Advocatenkantoor Ieper
+32 (0)57 20 70 40 info@duyckencattrysse.be
Kantoor Ieper Dehaernestraat 29 B-8900 IEPER
Kantoor Brussel G. Lefeverlaan 23 B-1160 Brussel
Kantoor Gent Lotenhullestraat 38 B-9881 Aalter

Nieuws

Home       Nieuws

Olivier Cattrysse
5 sept. 2018
burgerlijk

Onterven van de langstlevende echtgenoot mogelijk?

De mogelijkheid om in geval van een nieuw samengesteld gezin de langstlevende echtgenoot in onderling akkoord te onterven wordt verruimd. Wanneer een echtgenoot kinderen uit een vorige relatie heeft, kunnen de echtgenoten bij huwelijksovereenkomst een regeling over hun erfrecht in elkaars nalatenschap treffen. Tot nu mocht er hierbij niet geraakt worden aan de concrete reserve: de langstlevende echtgenoot had steeds recht op het vruchtgebruik van de gezinswoning en het huisraad. Die beperking wordt nu geschrapt. Waardoor de langstlevende echtgenoot ook de concrete reserve kan ontnomen worden. Maar het is geen alles of niets verhaal.

De echtgenoten kunnen immers ‘geheel of ten dele’ een regeling treffen over hun rechten in de nalatenschap van de andere. Ze kunnen bv. een vruchtgebruik op de gezinswoning voor enkele jaren bedingen in hoofde van de langstlevende. Dan is er een gedeeltelijke verzaking aan de concrete reserve.
Let wel: de langstlevende heeft in elk geval het recht van bewoning op de gezinswoning en het recht van gebruik van het huisraad gedurende zes maanden vanaf het openvallen van de nalatenschap (dus geen vruchtgebruik). Dit recht van bewoning en gebruik gedurende zes maanden mag hem niet ontnomen worden. Die overgangsperiode moet voldoende zijn om een andere woning te vinden. De langstlevende kan wel aan het recht van gebruik en bewoning verzaken.

Bron: Wet van 22 juli 2018 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek en diverse andere bepalingen wat het huwelijksvermogensrecht betreft en tot wijziging van de wet van 31 juli 2017 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat de erfenissen en de giften betreft en tot wijziging van diverse bepalingen ter zake, BS 27 juli 2018 (art. 3–5 en 7)
Zie ook: https://jura.kluwer.be/secure/documentview.aspx?id=kl2247735