Duyck & Cattrysse | Advocatenkantoor Ieper - Kortrijk - Aalter
+32 (0)57 20 70 40 info@duyckencattrysse.be
Kantoor Ieper Dehaernestraat 29 B-8900 IEPER
Kantoor Kortrijk Koning Leopold I-str. 27 B-8500 Kortrijk
Kantoor Aalter Lotenhullestraat 38 B-9881 Aalter

Nieuws

Home       Nieuws

Olivier CATTRYSSE
6 sept. 2021
burgerlijk

Mr. Alain Coppens vervoegt ons team

Per 1 september 2021 vervoegde Mr. Alain Coppens ons kantoor. 

Mr. Coppens had jarenlang zijn kantoor aan de Westlaan in Roeselare en heeft een bijzondere expertise in het administratief recht met een bijzondere focus op ruimtelijke ordening / stedenbouw. 

Aarzel dus niet om ons te contacteren bij vragen i.v.m. uw aannemingsproject! 

Olivier CATTRYSSE
4 juni 2021
burgerlijk

Verhoging rechtsplegingsvergoeding met 10%

De basis-, minimum- en maximumbedragen van de rechtsplegingsvergoeding zijn gekoppeld aan het indexcijfer van de consumptieprijzen. Door de stijging van de consumptieprijsindex, worden de bedragen van de rechtsplegingsvergoeding vanaf 1 juni 2021 (opnieuw) verhoogd met 10%.

 

Julie PODEVYN
19 apr. 2020
handel, burgerlijk, voorwaarden

Feesten in tijden van Corona

De coronacrisis heeft het dagelijkse leven op zijn kop gezet. Zowel privépersonen als ondernemers zitten met de handen in het haar. Overvolle agenda’s blijken opeens akelig leeg te zijn en dit ten gevolge van de drastische overheidsmaatregelen opgelegd om social distancing optimaal te kunnen toepassen.

Het Ministerieel Besluit van 23 maart 2020 bepaalt onder andere dat de inrichtingen die tot de culturele, feestelijke, recreatieve, sportieve en horecasector behoren, worden gesloten met dien verstande dat hotels open mogen blijven indien ze hun restaurant sluiten.

Zowel privé- als publieke activiteiten van culturele, maatschappelijke, feestelijke, folkloristische, sportieve en recreatieve aard worden verboden. 

Wat betekenen deze maatregelen nu concreet voor uw communiefeest, lentefeest, trouwfeest, etc. dat de komende weken zou plaatsvinden?

Overmacht?

Wanneer bij een contract een partij zijn verplichting niet kan nakomen ten gevolge van een vreemde oorzaak (bv. ten gevolge van overmacht), kan hij van zijn aansprakelijkheid worden bevrijd.

Zo lang de coronamaatregelen gelden, kunnen de contractspartijen aldus deze maatregelen als ‘overmacht’ inroepen om hun verbintenis niet na te komen. De hierboven vermelde maatregelen verhinderen immers dat de feesten niet kunnen of mogen plaatsvinden, buiten de wil van de partijen om. Let op: COVID-19 op zich kan niet als overmacht ingeroepen worden.

Concreet betekent dit dat restauranthouders, verhuurders van feestzalen en andere personen in de horeca door de maatregelen hun contractuele verplichting niet kunnen nakomen: zij mogen immers hun etablissement niet meer openhouden of verhuren om een feest te laten doorgaan.

De feestvierders langs hun kant kunnen vanwege deze maatregelen ook hun contractuele verplichting niet nakomen: zij mogen geen feestelijke activiteit organiseren.

Langs beide kanten komt men dus in een patstelling terecht.

Dit betekent evenwel niet dat het feest niet meer kan doorgaan: wanneer de mogelijkheid bestaat om het feest naar een latere datum uit te stellen, zal de overeenkomst tijdelijk opgeschort worden en uitgevoerd worden op die latere datum.

Wanneer uitstel niet mogelijk is, wordt het contract beëindigd. Bij overmacht is de regel dat bij de stopzetting van het contract er geen schadevergoeding dient betaald te worden.

Wat met de betaalde voorschotten?

Wat met eventueel betaalde voorschotten? Dienen deze terugbetaald te worden?

Wanneer het feest nog niet heeft plaatsgevonden en er zijn nog geen kosten gemaakt, dient het voorschot terugbetaald te worden. Werden er reeds kosten gemaakt en kunnen die aangetoond worden, is het mogelijk dat deze wel betaald moeten worden.

Het is aangewezen om dit geval per geval te bekijken om welke kosten het gaat en of deze te verantwoorden zijn. Bij verse voedingswaren is het bijvoorbeeld niet gebruikelijk dat deze een maand op voorhand worden aangeschaft.

In onderling overleg kan men tot een aanvaardbare oplossing voor beide partijen komen.

Ondertussen pleit ook Horeca Vlaanderen bij de bevoegde overheid om met een duidelijke richtlijn te komen rond de eventuele terugbetaling van voorschotten.

Wat met feesten die plaatsvinden na het einde van de coronamaatregelen?

Wanneer deze worden opgeheven, kan men zich niet meer op ‘overmacht’ beroepen om een feest niet te laten doorgaan. Het ziet er evenwel naar uit dat COVID-19 nog een tijdje onze manier van samenleven zal beïnvloeden. Veel mensen zullen het risico niet durven nemen om een feest alsnog te laten doorgaan… Dienen ook deze feesten nu al geannuleerd te worden?

Bekijk eerst het contract. Wanneer eventueel een termijn wordt toegestaan om kosteloos te annuleren, moet de restauranthouder, verhuurder van de feestzaal etc. die respecteren. Ook hier kan uitgekeken worden om het feest naar een latere datum te verplaatsen. Neem best contact op met je medecontractant en bespreek de mogelijkheden.

Sancties

Stel dat u als uitbater alsnog uw feestzaal verhuurt of u alsnog een housewarmingparty met vrienden en familie organiseert. Wat kunnen de gevolgen hiervan zijn?

De politie treedt sensibiliserend op door bijvoorbeeld een bestuurlijke sanctie op te leggen zoals het sluiten van de handelszaak. Indien dit nog niet helpt, kan een proces-verbaal opgesteld worden waarna het parket kan overgaan tot eventuele vervolging.

Vanaf 7 april 2020 kunnen gemeentes inbreuken op bovenstaande bepalingen bestraffen met een gemeentelijke administratieve sanctie, beter bekend als de GAS-boete. Per inbreuk bedraagt deze 250 euro.

Wanneer u meent dat deze GAS-boete onterecht werd opgelegd, kunt u bezwaar aantekenen en desnoods beroep instellen.

In tegenstelling tot een normale GAS-boete, kunnen deze niet opgelegd worden aan overtreders die minderjarig zijn, statuut van verlengde minderjarigheid dragen of onbekwaam verklaard zijn.  

Er is bovendien voorzien in een principe van ‘onmiddellijke inning’. Evenwel kan deze onmiddellijke inning niet opgelegd worden indien de overtreder dit weigert. Wanneer naast de corona-overtreding een andere overtreding wordt vastgesteld, is evenmin een onmiddellijke inning mogelijk.

De betaling van de GAS-boete belet de Procureur des Konings niet om over te gaan tot strafrechtelijke vervolging. Let wel, dit kan maar wanneer de overtreder meer dan één keer de coronamaatregelen heeft overtreden.

 

Indien u nog informatie wenst of vragen hebt rond de toepassing van de coronamaatregelen, aarzel niet om ons te contacteren – telefonisch of via het contactformulier op onze website.

Robin DUYCK
6 apr. 2020
burgerlijk, vastgoed

Gedwongen sluiting ingevolge het coronavirus COVID-19: wat met betaling van de huur voor handelsruimtes?

GEDWONGEN SLUITING INGEVOLGE HET CORONAVIRUS COVID-19: WAT MET DE BETALING VAN DE HUUR VOOR HANDELSRUIMTES?

De gedwongen sluiting van het gros van de publiek toegankelijke handelsruimtes (veelal KMO’s) raakt de Belgische economie in haar hart.

Ondanks de steunmaatregelen zullen heel wat van deze ondernemingen nog maandenlang door de zure appel heen zullen moeten bijten. Inkomsten zijn er niet of nauwelijks, maar de vaste kosten blijven dezelfde.

Voor veel ondernemers vormt de betaling van de huur van hun handelsruimte de meest noodzakelijke voorwaarde voor de uitoefening van hun activiteiten. Huurders denken aan “overmacht” in een poging aan hun verplichtingen te ontsnappen.

Betreft het coronavirus COVID-19 een situatie van overmacht en wat zijn daarvan de gevolgen op de uitvoering van huurovereenkomsten met huurders-ondernemingen?

Essentiële noot daarbij is dat hier enkel de overeenkomsten worden besproken waarin geen overmacht- of imprevisieclausule staat opgenomen. Enkel huur door ondernemingen in het kader van hun bedrijfsvoering (handelshuur of gemene huur) wordt geviseerd. Woninghuur en pacht komen hier niet aan bod.

1.-

Wat is overmacht?

Een contractspartij die in gebreke blijft om zijn verplichtingen na te komen, kan van zijn aansprakelijkheid worden bevrijd indien hij kan aantonen dat dit hem door een vreemde oorzaak (zoals overmacht) onmogelijk wordt gemaakt (artn. 1147 - 1148 B.W.).

In wederkerige (niet-eigendomsoverdragende) overeenkomsten wordt de daaraan gekoppelde verbintenis van de andere contractspartij dan opgeschort of gaat deze teniet, naargelang er sprake is van een tijdelijke, respectievelijk definitieve situatie van overmacht.

Het leeuwendeel van de Belgische rechtbanken ziet “overmacht” (force majeure) als een gebeurtenis, vreemd aan de wil van partijen, en die ervoor zorgt dat het een contractspartij volstrekt onmogelijk wordt gemaakt om zijn verplichtingen na te komen, zonder dat hij daar zelf fout in heeft.

Indien het enkel moeilijker, kostelijker, lastiger wordt om te presteren, is er geen sprake van overmacht. Dan komt men in het vaarwater van de imprevisieleer: de verplichting om een contract te heronderhandelen bij onvoorziene gewijzigde omstandigheden. In de Belgische rechtsorde kent  deze leer geen algemene toepassing, maar kan dit wel contractueel worden voorzien.

Of het coronavirus COVID-19 een gebeurtenis van overmacht uitmaakt, hangt af van de sector waarin men werkzaam is, de inhoud van de overeenkomst, de concrete wanprestatie en de verbintenis waarop deze betrekking heeft, alsook de gebeurtenis van overmacht waarop men zich wil beroepen.

Veelal zullen het de overheidsmaatregelen in het kader van de indijking van het virus zijn, die een gebeurtenis van overmacht kunnen betekenen (zgn. faits du prince).

2.-

Het standpunt van de huurder: kan hij zich verschuilen achter overmacht om [tijdelijk] aan zijn betalingsverplichting te ontsnappen?

Het antwoord daarop is duidelijk: neen.

De gedwongen sluiting van bepaalde ondernemingen kan het weliswaar moeilijker maken om aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen, maar zoals hierboven werd gesteld, volstaat een zgn. “relatieve”, “praktische” of “menselijke onmogelijkheid” voor de meeste rechtbanken niet.

Het is niet omdat de publieke toegang tot het handelspand wordt belemmerd, dat men niet elders financiering kan vinden om de huurprijs te betalen. Doorgaans stipuleert een huurcontact overigens niet dat de huurgelden moeten voortspruiten uit de inkomsten genererende onderneming.

Financiële moeilijkheden betreffen een ondernemersrisico; geen overmacht. Het Hof van Cassatie heeft dit recent nog bevestigd (Cass. 28 juni 2018, AR C.17.0701.N).

Opgelet: de verhuurder die in de huidige omstandigheden met harde hand de onverminderde nakoming van huurbetalingen nastreeft, zonder enig uitstel toe te staan, kan worden geviseerd door het verbod op rechtsmisbruik, bijvoorbeeld indien de huurder daardoor compleet zou worden geruïneerd, zonder dat de verhuurder daar zelf een duidelijk voordeel uit haalt. Dan kan de rechter matigen of de verhuurder veroordelen in schadeherstel.

3.-

Het standpunt van de verhuurder: blijft de verhuurder buiten schot?

De verhuurder is verplicht om de huurder het rustig genot van het verhuurde goed te bezorgen overeenkomstig de bestemming van dat goed zoals partijen het hebben voorzien.

Er kan worden beargumenteerd dat het de verhuurder nu in bepaalde gevallen onmogelijk wordt gemaakt om die verplichting nog ten volle na te leven, nu de exploitatie van de in het gehuurde pand uit te baten kleinhandel of ambachtsbedrijf (bij handelshuur) of een ruimere onderneming (gemene huur of handelshuur) aan banden wordt gelegd.

Mogelijks komt artikel 1722 B.W. in het vizier:

“Indien het verhuurde goed gedurende de huurtijd door toeval geheel is teniet gegaan, is de huur van rechtswege ontbonden; indien het goed slechts ten dele is teniet gegaan, kan de huurder, naar gelang van de omstandigheden, ofwel vermindering van de prijs, ofwel zelfs ontbinding van de huur vorderen. In geen van beide gevallen is schadeloosstelling verschuldigd.”

De gedwongen sluitingen zouden ertoe kunnen leiden dat de verhuurde goederen als het ware juridisch ‘teniet gaan’. Het betreft maar een gedeeltelijk verlies, nu het handelspand doorgaans wel nog gebruikt kan worden voor stockage, administratie, leveringen, e-commerce, etc. Enkel de openstelling naar het publiek wordt verhinderd, waardoor de realisatie van de bestemming slechts gedeeltelijk onmogelijk is geworden. De huurder zou dan recht kunnen hebben op een prijsvermindering.

4.-

Besluitend

Over beide standpunten valt dus te discussiëren.

In principe is de verhuurder nog steeds gerechtigd om betaling van de volledige huurprijs te blijven nastreven, maar men moet zich behoeden voor het verbod op rechtsmisbruik. De huurder zou kunnen argumenteren dat het gehuurde goed gedeeltelijk is tenietgegaan door overmacht, en dus recht heeft op een prijsvermindering.

Het is nog afwachten hoe de (vrede)rechters zich in de nasleep van het coronavirus zullen opstellen. Er valt te verwachten dat een heuse “coronarechtspraak” tot stand zal komen, waarbij de evenwichtsoefening tussen huurder en verhuurder in concreto zal moeten gemaakt, en de gekende notie van “overmacht” van onder het stof gehaald.

Deze analyse werd nooit in de praktijk getoetst in het kader van een concreet geschil of gerechtelijke procedure, zodat het voorlopig nog een niet-bewandeld pad betreft.

Wij raden in eerste instantie aan dat partijen in onderling overleg tot een commerciële oplossing komen voor betalingsmoeilijkheden, bijvoorbeeld door een tijdelijke vermindering van de huurprijs of een aanzuiveringsregeling te voorzien.

Voor vragen en bijstand in verband met de naleving van [huur]contracten in tijden van COVID-19, kunt u bij ons terecht.

 

Olivier CATTRYSSE
18 maa 2020
burgerlijk

Preventieve maatregelen coronavirus (COVID-19)

BELANGRIJKE MEDEDELING!! Wij blijven bereikbaar!!

Vragen? Bel ons op 057  20 70 40 (kantoor Ieper) of op 09 391 61 53 (kantoor Aalter) of mail naar info@duyckencattrysse.be

De straten liggen er deze dagen  verlaten bij, maar in de kantoren van Duyck & Cattrysse Advocatenkantoor gonst het nog van de bedrijvigheid. De gebruikelijke service die wij u bieden, blijft ongewijzigd. Wij nemen wel enkele maatregelen om de gezondheid van onze medewerkers en klanten optimaal te beschermen:

  • alle advocaten en medewerkers blijven op post. Ieder personeelslid heeft een apart kantoor waardoor de regels inzake social distancing worden gerespecteerd. Iedereen blijft dus bereikbaar via mail, telefonisch en videocall.
  •  
  • digitale afspraken via klassieke telefoon, Facetime, Skype, Zoom.us... worden de komende weken de norm en zijn mogelijk. Er vinden geen face-to-faceafspraken meer plaats.
  •  
  • onze fysieke kantoren te Ieper en te Aalter werken met gesloten deuren. Afgifte van documenten kan uitsluitend via de brievenbussen van de kantoren. Deze worden meermaals geledigd, zodoende uw documenten ons tijdig bereiken.
  •  
  • gelet op de steeds strenger wordende overheidsmaatregelen worden meer en meer zittingen op de rechtbank uitgesteld. Wij houden u als cliënt per afzonderlijk dossier steeds op de hoogte van de laatste stand van zaken. Aanwezigheid van u als cliënt in persoon wordt op advies van het College van Hoven en Rechtbanken niet langer toegestaan. U dient zich te laten vertegenwoordigen, hetgeen wij zoals steeds met hart en ziel verder zullen blijven doen.

Wij dragen u en de maatschappij een warm hart toe. Wij blijven actief, maar passen ons aan naar de omstandigheden.

Wij wensen ieder van u veel moed, geduld en een goede gezondheid toe om de komende periode te overbruggen.

 

 

Olivier Cattrysse
31 jan. 2018
burgerlijk, vastgoed

Wijzigingen van het appartementsrecht vanaf 1 januari 2019

De wetgever zit niet stil. Sinds 1 januari 2019 zijn een aantal wijzigingen binnen het appartementsrecht. Onderstaand lichten wij enkele wijzigingen toe.

Zo moest voorheen een meerderheid van 3/4 behaald woden voor een beslissing omtrent werken aan de gemene delen. Vanaf 2019 moet er slechts een meerderheid van 2/3 behaald worden. Voor de wettelijk verplichte werken inzake isolatienormen of brandveiligheid moet voortaan slechts een meerderheid van 1/2 behaald worden.

De vereiste unanimiteit voor afbraak en heropbouw van het gebouw omwille van veiligheids- of hygiënische redenen of bij buitensporige renovatiekosten, verdwijnt.

Een aantal onderwerpen van de statuten van een VME worden overgeheveld naar het huishoudelijk reglement.

De opbouw van een rerservefonds wordt verplicht. Elke mede-eigenaar moet jaarlijks vijf procent van het voorafgaande boekjaar storten in het reservefonds. Er kan slechts van voormelde regeling worden afgeweken indien 4/5 van de mede-eigenaars stemmen tegen de opbouw van een reservefonds.

De syndicus wordt verplicht een duidelijke lijst voor te leggen van welke prestaties in het maandelijks forfait zitten begrepen en de tarieven die gelden voor bijkomende prestaties. Prestaties die niet op de lijst vermeld staan, komen niet in aanmerking voor vergoeding, behoudens uitdrukkelijke goedkeuring van de algemene vergadering.

Bij verzuurde relatie tussen de mede-eigenaars kan de syndicus of een 1/5 meerderheid de aanstelling van een bewindvoerder vragen bij de Vrederechter.

De syndicus mag autonoom beslissen om een mede-eigenaar aan te manen of te dagvaarden voor achterstallige bedragen.

Wenst u meer informatie te bekomen over het gewijzigde appartementsrecht kunt u ons steeds contacteren voor een afspraak. Wij lichten u daarbij graag de gewijzigde reglementering toe.

 

Olivier CATTRYSSE
23 okt. 2018
burgerlijk

Gewijzigde huurreglementering

Sinds 1 september 2018 is de reglementering voor het verhuren van een woning, studentenkamer of tweede verblijf gewijzigde in Wallonië. De federale huurreglementering is sinds 1 september 2018 voor het Waals Gewest komen te vervallen. Voorzien wordt dat deze ook in Vlaanderen wijzigt tegen 1 januari 2019. In het Brussels Gewest was dit reeds het geval sinds 1 januari 2018.

Sluit u een nieuw woninghuurcontract voor een woning gelegen in het Waals Gewest, dan voorziet de nieuwe reglementering in enkele verplichte vermeldingen. Nieuw is bv. dat de huurder elk jaar verplicht bewijs dient aan te leveren dat hij/zij een brandverzekering is aangegaan. Wordt dit bewijs niet aangeleverd, dan kunnen wij u aanraden uw eigen polis uit te breiden met 'afstand van verhaal' en de kost hiervan door te rekenen aan uw huurder.

Sluit u een contract met een huurder voor een termijn van drie jaar of minder voor een hoofdverblijfplaats, dan kan de huurder dat contract voortaan opzeggen met een opzeg van drie maanden en een vergoeding van één maand huur. Als verhuurder kan men dergelijk contract opzeggen voor eigen gebruik na het eerste huurjaar en met betaling van één maand huur.

Ook bij overlijden van de huurder, wordt het voortaan eenvoudiger in het Waals Gewest om de stopzetting van de huur te bekomen.

Belangrijk is aldus te weten dat de huurreglementering in het Waals en Brussels Gewest niet langer overeenstemt met deze die gehanteerd wordt in het Vlaams Gewest. Het Vlaams Gewest valt immers nog steeds terug op de federale Woninghuurwet. Wat betreft het Vlaams Gewest zijn er wel reeds ontwerpteksten die voorzien in een eigen gewestelijke reglementering, doch deze werden nog niet definitief goedgekeurd. De nieuwe regels voor het Vlaams Gewest worden voorzien vanaf 1 januari 2019.

Laat u aldus goed informeren alvorens u een nieuwe huurovereenkomst aangaat in één van de 3 gewesten, gelet op de eigen reglementering.

Olivier Cattrysse
5 sept. 2018
burgerlijk

Onterven van de langstlevende echtgenoot mogelijk?

De mogelijkheid om in geval van een nieuw samengesteld gezin de langstlevende echtgenoot in onderling akkoord te onterven wordt verruimd. Wanneer een echtgenoot kinderen uit een vorige relatie heeft, kunnen de echtgenoten bij huwelijksovereenkomst een regeling over hun erfrecht in elkaars nalatenschap treffen. Tot nu mocht er hierbij niet geraakt worden aan de concrete reserve: de langstlevende echtgenoot had steeds recht op het vruchtgebruik van de gezinswoning en het huisraad. Die beperking wordt nu geschrapt. Waardoor de langstlevende echtgenoot ook de concrete reserve kan ontnomen worden. Maar het is geen alles of niets verhaal.

De echtgenoten kunnen immers ‘geheel of ten dele’ een regeling treffen over hun rechten in de nalatenschap van de andere. Ze kunnen bv. een vruchtgebruik op de gezinswoning voor enkele jaren bedingen in hoofde van de langstlevende. Dan is er een gedeeltelijke verzaking aan de concrete reserve.
Let wel: de langstlevende heeft in elk geval het recht van bewoning op de gezinswoning en het recht van gebruik van het huisraad gedurende zes maanden vanaf het openvallen van de nalatenschap (dus geen vruchtgebruik). Dit recht van bewoning en gebruik gedurende zes maanden mag hem niet ontnomen worden. Die overgangsperiode moet voldoende zijn om een andere woning te vinden. De langstlevende kan wel aan het recht van gebruik en bewoning verzaken.

Bron: Wet van 22 juli 2018 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek en diverse andere bepalingen wat het huwelijksvermogensrecht betreft en tot wijziging van de wet van 31 juli 2017 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat de erfenissen en de giften betreft en tot wijziging van diverse bepalingen ter zake, BS 27 juli 2018 (art. 3–5 en 7)
Zie ook: https://jura.kluwer.be/secure/documentview.aspx?id=kl2247735

Olivier CATTRYSSE
23 aug. 2017
burgerlijk, familie

Verwerping van nalatenschap kan sinds 03/08/2017 enkel nog via de notaris

Wie een nalatenschap - waarop hij/zij gerechtigd is - wil verwerpen, kan dit sinds 03/08/2017 enkel nog doen via een verklaring voor de notaris, in een authentieke akte. De mogelijkheid om dergelijke verklaring af te leggen ten overstaan van de griffier van de Rechtbank van Eerste Aanleg, werd geschrapt met art. 117-123 Potpourri V.

In een eerste fase worden deze akten door de notaris - op kosten van de erfgerechtigde - gepubliceerd binnen de 15 dagen na datum van akte in het Belgisch Staatsblad. In een tweede fase zullen deze verklaringen verzameld worden in een centraal erfrechtregister, dat op heden evenwel nog niet bestaat. De invoering ervan is voorzien uiterlijk 1 januari 2020.

De verwerping is gratis wanneer de verwerper vermoedt dat het netto-actief van de nalatenschap niet hoger is dan 5.000 euro. Hij moet dat op eer verklaren in de akte. De drempel van 5.000 euro wordt om de drie jaar geïndexeerd.

Bij dergelijke kleine nalatenschappen is de erfgerechtigde vrijgesteld van de erelonen en kosten van de instrumenterende notaris voor de authentieke vaststelling van de verklaring van verwerping, de registratierechten voor de authentieke akte, het recht op geschriften en de kosten van publicatie in het Staatsblad.

Olivier CATTRYSSE
31 mei 2017
handel, voorwaarden, burgerlijk

Herroepingsrecht voor de consument: een automatisme?

~~Veelal gaan consumenten uit van de verkeerde veronderstelling dat zij bij elke aankoop het recht hebben om hun aankoop binnen een termijn van 2 weken te herroepen.  Wanneer heeft de consument dan wel dit recht?


Wanneer de consument een goed aankoopt in de winkel, dan is de handelaar niet verplicht een herroepingsrecht van 2 weken aan te bieden. Doet men dit wel, dan is dit een loutere commerciële tegemoetkoming van de handelaar.


Werd er door de consument een goed besteld in de winkel en thuis geleverd, dan heeft de consument ook in deze situatie geen herroepingsrecht, tenzij anders werd overeengekomen.


Verder is er ook geen herroepingsrecht voorzien bij een telefonische bestelling, voor zover het gaat om een occasionele verkoop en niet om een vaste praktijk.


Koopt de consument online een goed aan, gaat het om een verkoop of afstand waar wel een herroepingsrecht is voorzien. In deze situatie heeft de consument het recht om binnen de 14 dagen af te zien van zijn aankoop. Een uitzondering is voorzien voor goederen die op maat werden gemaakt, alsook voor goederen die wegens gezondheidsbescherming niet kunnen worden teruggenomen of voor hygiëne verzegelde goederen. Het is aangeraden als handelaar om de consument in te lichten wanneer U toepassing wenst te maken van één van deze uitzonderingen.


Het herroepingsrecht begint te lopen vanaf het moment dat de consument het besteld goed in ontvangst heeft genomen. Wanneer het gaat om een dienst die werd besteld, dan begint de termijn voor herroeping te lopen vanaf datum van bestelling.

Olivier CATTRYSSE
16 maa. 2017
burgerlijk

Nieuwe begroting rolrechten vernietigd door het Grondwettelijk Hof

Sinds de wet van 28 april 2015 geldt een regeling, waarbij de rolrechten die verschuldigd zijn voor het aanhangig maken van een procedure bij de Rechtbank, begroot worden op basis van de waarde van het geschil.

Het Grondwettelijk Hof heeft in een arrest van 9 februari 2017 beslist dat de rolrechten niet langer mogen afhangen van de inzet van de zaak. Terecht oordeelde het Hof dat als de inzet van de zaak hoog is, dit niet noodzakelijk betekent dat het gaat om een ingewikkelde zaak, die meer werklast voor de Rechtbank met zich meebrengt.
 Dit is een goede zaak en sinds lange tijd de eerste positieve kentering die de toegang tot de Rechtbank financieel draaglijker maakt voor de aanleggende partij.

Olivier CATTRYSSE
16 feb. 2017
burgerlijk

Registreer Uw huurovereenkomst

~~
Sluit u een huurcontract, dan moet dit verplicht geregistreerd worden.

Bij woninghuur dient u als verhuurder het contract en de plaatsbeschrijving binnen de twee maanden na het sluiten te registreren. Een niet-geregistreerd negenjarig woninghuurcontract kan door de huurder opgezegd worden zonder dat een opzegtermijn dient gerespecteerd te worden.

Andere huurovereenkomsten dienen binnen de vier maanden geregistreerd te worden op straffe van een boete.

Het Koninklijk Besluit van 7 december 2016 voorziet in een online registratiemogelijkheid.

Voorafgaandelijk advies inwinnen bij het afsluiten van een huurovereenkomst is dus steeds de boodschap!

Olivier CATTRYSSE
13 feb. 2017
burgerlijk

Is het een verstandige keuze om Uzelf te verdedigen?

~~
Is het een verstandige keuze om Uzelf te verdedigen? Het antwoord is vrij eenvoudig: "schoenmaker blijf bij Uw leest". Waarom zou U denken?

Ongetwijfeld vernam U via de media reeds diverse wetswijzigingen onder de noemer Potpourri. Een amalgaam van regelgeving, zonder enige consistentie. In de eerste Potpourriwet heeft de wetgever heel wat procedurele wijzigingen doorgevoerd. Eén ervan betreft ondermeer het nieuwe art. 744 Ger.W.

Sinds 1 november 2015 moeten procespartijen hun conclusies opmaken volgens een bepaald stramien. Het nieuwe artikel 744 Ger.W. stelt immers dat de rechter enkel moet antwoorden op middelen die in de juiste structuur worden uiteengezet.

Doet U dit niet, dan is de Rechter niet verplicht op de door U aangevoerde elementen te antwoorden. In het kluwen van wetgeving - en zeker in deze tijden waarin de wetgeving in sneltempo wijzigt - is het aldus zeker niet overbodig U juridisch te laten bijstaan.

"Een advocaat beter vroeg dan laat" is dan ook niet zomaar een slogan, maar een niet te misverstane gouden raad.